Van 1960 tot 1969
1964 Het grote succes van de bus en het prille begin van de metro
In de jaren zestig is de bus erg in trek. De exploitatie van dit vervoermiddel is beduidend goedkoper en dus heeft de bus een voorsprong op de tram. Veertig kilometer spoor verdwijnt, terwijl het busnet van 40 tot 185 km wordt uitgebreid.
Tegelijkertijd wint de personenwagen terrein en in de strijd tegen deze concurrent onderzoekt de MIVB de mogelijkheden van het ondergrondse spoor. Dit is het ideale moment om de eerste plannen voor een ondergrondse tram uit de kast te halen, die dateren van 1892!
1965 De eerste houweelslagen voor de premetro
De werkzaamheden gaan van start. De hoofdas is de Oost-Westlijn, van De Brouckère naar het Schumanplein. Volgens de plannen zal deze tunnel in eerste instantie gebruikt worden door trams, maar de MIVB bereidt de toekomst voor en bouwt de tunnel gelijk naar het profiel van de metro.
1967 Een pijnlijke reorganisatie van het net
Door de ontwikkeling van het ondergrondse net moet het bovengrondse net volledig worden gereorganiseerd. De afschaffing van de kleine lijnen ten gunste van de twee centrale assen veroorzaken een kentering van de gewoonten. De reizigers protesteren. De MIVB verliest een groot marktaandeel. Aan het eind van 1968 daalt het aantal reizigers onder de symbolische grens van de 200 miljoen!
1969 De feestelijke opening van de premetro
17 december: koning Boudewijn wijdt het eerste spoorstuk van de oost-westas in. Het bestaat uit 6 ondergrondse stations tussen De Brouckère en Schuman.
Eén jaar later is de premetro van de Kleine Ring klaar. De eerste metrokunst dateert ook uit deze periode: in de nieuwe stations prijken kunstwerken - een verrijking voor het culturele erfgoed van Brussel.

